Een nieuw leven voor Pietsje Hannema uit Sint Jacobiparochie dankzij een klikprothese

Gepubliceerd op: 16-10-2022

Vijftien jaar geleden werd het linkerbeen van Pietsje Hannema (54) geamputeerd. Een klikprothese gaf haar een nieuw bestaan. Ze maakt er lange wandeltochten mee. Topsport, zeggen de artsen. In een boek, waarvan maandag de presentatie was, vertelt ze haar levensverhaal.

Eerst had ze het niet in de gaten toen ze in 2017 op weg was naar de finish bij de Nijmeegse Vierdaagse. ‘Respect, respect, the woman on the right!’, zong het groepje Canadese militairen. Een van die mannen vertelde bij het passeren dat het gezang voor haar was bedoeld. "Se seagen dat ik wat bysûnders die. Prachtich wie dat.”

Met een gezond been én een klikprothese van ijzer volbracht ze de Vierdaagse. Dat deed ze in 2018, 2019 en in 2022 opnieuw. Daar bleef het niet bij. Hannema liep inmiddels veel meer lange afstanden. Neem de Kennedymars in Driezum en Wâlterswâld, een tocht van 80 kilometer: ’s nachts 40, overdag nog een keer. Of de Tocht om de Noord, in het Groningse Westerkwartier. Ook 80 kilometer.

Op zich al knap, maar helemaal met een bijzondere prothese zoals Pietsje Hannema uit Sint Jacobiparochie die heeft. Ze was in 2010 de eerste vrouw die er een kreeg, in het Radboud UMC in Nijmegen.

Aan een metalen pen die in haar dijbeenbot is geïmplanteerd, is een ijzeren kunstbeen (inclusief knie) vastgeklikt. Dat heet ook wel osseointegratie. Eerder had ze een kokerprothese, die om haar bovenbeenstomp was aangebracht. Daar kon ze niets mee. Haar bewegingsvrijheid was zeer beperkt. Ze raakte steeds verder in een sociaal isolement, werd depressief.

Controle

De klikprothese kan ze met hoofd en bovenbeenspieren ‘aansturen’. "Kontrôle hawwe oer in ding dat dea is. Dat is de keunst. Ik fertrou derop dat de proteze my hâldt en de knibbel wurket.” Van alle driehonderd mensen in Nederland die inmiddels zo’n prothese hebben, behoort Hannema volgens de artsen tot de Champions League. Bijna niemand is zo handig als zij. Ze loopt ermee alsof het haar eigen been is.

Eddy van der Noord van uitgeverij Louise in Grou hoorde haar verhaal via een kennis en besloot Hannema op te zoeken. Hij wilde meer weten over de vrouw die volgens hem het levende voorbeeld is van hoop en wilskracht, van iemand die bewijst dat een mens ondanks vele tegenslagen en met hulp van een goede partner en de juiste medici toch sterk en positief in het leven kan staan. Nadat hij haar een paar keer had gesproken, wist hij zeker dat hij haar verhaal wilde opschrijven.

Dat deed hij in het boek Jij hebt ook altijd wat, waarin Hannema ook uitgebreid vertelt dat ze een traumatische jeugd had met eenzaamheid en seksueel misbruik. Aangifte deed ze nooit. "Ik klapte yn, wie hiel lang nergens ta yn steat. Utsein myn man Sjoerd fertroude ik gjin ien. Ik liet alles mar gebeure.”

Maandag werd het boek gepresenteerd, in het Radboud UMC. "It plak dêr’t myn nije libben begûn.” Komende maandag volgt een tweede presentatie, in Oudebildtzijl.

Hak

Het is vijftien jaar geleden dat ze een beenamputatie moest ondergaan wegens een gezwel van 4 bij 7 centimeter in de linkerknie. En gezwel dat geen kanker was, maar dat zich wel door haar been heen vrat richting lies en heup. Het werd pas na jaren ontdekt.

De klachten begonnen niet in haar knie, maar door een zenuwbeknelling in haar hak. "It wie krekt as rûn ik op watten, ik hie der gjin gefoel yn.” Later kwamen de pijn en de tintelingen in haar been. Aan haar knie kon het niet liggen, dachten meerdere dokters. "Want de refleks mei it ‘hamertje tik’ wie goed. Op in bepaald momint frege in arts my: ‘Hoe is het thuis, zijn er spanningen? Misschien moet u aan uw relatie werken.’ Hij dacht dat het tussen haar oren zat. Hannema wist niet wat ze hoorde. Ze ging naar huis, verbeet de pijn en ging zelf ook geloven dat het probleem misschien wel niet

fysiek, maar psychisch van aard was. Naar een dokter durfde ze niet meer toe te gaan. Over haar pijn en gevoelens praatte ze niet. "Dat hie ik thús noait leard.” Totdat ze op een dag uit bed wilde stappen en neerviel. Haar knie werd dik. Toen moest ze wel naar de huisarts. "Doe tocht ik: no mei ik wer nei de dokter.”

Ze werd doorgestuurd naar het MCL en vervolgens naar het UMC Groningen. De arts beoordeelde de röntgenfoto’s van de knie en vroeg Hannema of ze daadwerkelijk zelf van de auto naar zijn behandelkamer was gelopen. Hij checkte nog eens of de foto’s echt van de patiënt waren die voor hem zat. Hij kon niet geloven dat ze met zo’n gewricht nog kon bewegen.

Onzekerheid

Ook deze arts vroeg hoe de relatie van Hannema met haar man was. Nu niet omdat er twijfels waren over de fysieke aandoening, maar omdat hij wist dat de Hannema’s een loodzware tijd tegemoet zouden gaan, met veel onzekerheid en een lange periode in de medische molen.

Het gezwel werd veertig keer bestraald, in de hoop dat het zou afbrokkelen. Dat gebeurde niet. Lopen werd een steeds grotere worsteling. De enige optie die Hannema nog had in 2007 was amputatie. Met een kokerprothese zou ze daarna heel veel weer kunnen, was de boodschap. "Dat bantsje haw ik yn myn holle faak ôfdraaid. Yn werklikheid koe ik hast neat.”

Er volgden revalidatieperiodes in het MCL en in Lyndensteyn, in Beetsterzwaag. En toen ze thuiskwam met de kokerprothese was ze volledig aangewezen op Sjoerd. "Dy hie net allinnich syn wurk, mar die ek de boadskippen. Hy soarge foar de bern, makke it iten klear en hie nergens oars mear tiid foar.” Een sociaal leven hadden ze niet meer. "Freonen geane by dy wei yn sa’n situaasje.”

Proefkonijn

Toen Hannema een paar jaar na de amputatie las over de toen nog nieuwe osseointegratie, wilde ze daar voor gaan. Slechter kon haar situatie immers niet worden. In 2010 ging ze onder het mes, als een soort proefkonijn.

Pietsje Hannema. Foto Catrinus van der Veen

In de periode na die ingreep kon ze eigenlijk alleen maar zitten. Stond ze op, dan kreeg ze pijn. "De holle sei dat ik in blessuere hie. Boppedat: ik hie gjin spiermassa mear yn de stomp. Alle spieren wiene ferskrompele.” Stapje voor stapje, letterlijk en figuurlijk, ging ze vooruit. Langzaam werd ze sterker. "Ik moast fierder, mar it wie hieltyd skipperjen. Tusken in hiel soad en krekt wat minder pine. Yn dy situaasje libbe ik.”

'Ik wol sels beslisse wat wol en net kin'

Pas na drie jaar kon ze lopen met haar nieuwe prothese. In huis. En in 2014 durfde ze naar buiten, waar ze te maken kreeg met stoepranden en scheve tegels. Ze durfde aanvankelijk amper de straat uit, maar de rondjes die ze liep werden steeds groter. Zo groot dat Hannema op een dag besloot dat ze aan georganiseerde langeafstandstochten wilde meedoen. Terwijl de prothese daar in principe niet voor gemaakt is. "Mar it is myn libben en ik woe sels beslisse wat wol en wat net kin.”

Fantoompijn

Ze kan niet altijd maar doorgaan. Soms heeft ze slopende fantoompijn. Dan is het net of haar eigen been er nog is en heeft ze last van haar voet, tenen, kuit, knie of enkel. Ze slikt medicijnen en weet wanneer ze het rustig aan moet doen. Het gelukkigst is ze tijdens het wandelen. Zeker als er iemand naast haar komt lopen en oprecht geïnteresseerd is in wat haar is overkomen. "Dan ûntsteane de moaiste petearen en haw ik even it gefoel dat ik in sosjaal libben ha.”

Ze voelt zich sterk, samen met Sjoerd en hun kinderen. "Ik haw it gefoel of stean ik op in berch. Net ien hat my dêr dropt. Ik bin sels op karakter nei boppen rûn.”

 

Bron Leeuwarder Courant