Anno (67) uit Sint Jacobiparochie snapt bezuinigingen ontwikkelingssteun niet: ‘Komt als boemerang terug’
Anno (67) uit Sint Jacobiparochie snapt bezuinigingen ontwikkelingssteun niet: ‘Komt als boemerang terug’
Gepubliceerd op: 18-03-2025
Het is een van de laatste nachten in Burkina Faso wanneer Anno Huidekoper het nieuws hoort: Nederland trekt de stekker uit de hulp voor NGO’s en geeft ontwikkelingshulp alleen nog als daar een direct voordeel voor Nederland tegenover staat. Kortetermijndenken, vindt hij. „Het zal ervoor zorgen dat vluchtelingen op de langere termijn als een boemerang onze kant op komen.”
Het is heel warm wanneer hij voor een fotografie- en filmklus in Mankarga aankomt, een dorp op 130 kilometer van de hoofdstad Ouagadougou, in Burkina Faso.
Het dorp is bedolven onder een dikke laag stof en de hitte is verstikkend. Door de veranderende klimaatomstandigheden valt er nog amper regen en het verkeer op de stoffige, onverharde wegen trekt een constante wolk van vuil met zich mee. Stof dat neerdwarrelt op de vele uitgestalde groenten langs de kant van de weg, door alle kieren kruipt en de lucht vervuild.
Gastvrij
In de meeste arme landen zijn mensen enorm gastvrij, ze bieden je van alles aan. Maar in Burkina Faso was dat anders. „Ik weet niet of dat te maken heeft met cultuur, of omdat er gewoon niets is.”
Toch waren de mensen ontzettend aardig. Des te schaamtelozer vindt hij het, dat het kabinet besloot de hulp voor deze mensen in te trekken en alleen nog steun te geven als het in het eigenbelang van Nederland zou zijn. „Onmenselijk.” En bovendien slechts een oplossing voor de korte termijn. „Want de druk om het gebied te verlaten wordt daardoor alleen maar groter.”
Huidekoper heeft als fotograaf veel van de wereld gezien. Maar wat hij in Burkina Faso aantrof, raakte hem.
Structurele tekorten
Tijdens zijn bezoek aan de lokale basisschool werd duidelijk hoe groot de structurele tekorten zijn: een eenvoudig gebouw met dikke muren om de hitte tegen te gaan, maar geen stromend water. Op het schoolplein staat een waterpomp, maar die is al jaren stuk. Geld voor reparatie is er niet. Het lesmateriaal is verouderd. En het schoolverzuim? Hartstikke hoog.
Dat komt door de grote aantrekkingskracht van de mijnen, even verderop. Huidekoper heeft voor zijn filmklus diverse ouders en kinderen gesproken. Ouders weten dat het slecht is om hun kinderen er te laten werken. „Maar ze hebben geen keuze. Het geld is zo hard nodig.”
Mijnbouw
In de dorpen is de bedrijvigheid gericht op de lokale bevolking. Daar zie je reparatiebedrijven, metaalwerkplaatsen en stalletjes met eten aan de weg. Op het platteland zorgen de illegale mijnen voor werkgelegenheid. Ongeveer 1 miljoen inwoners van Burkina Faso werken in de mijnen. Mannen, vrouwen en veel kinderen.
Het werk is zwaar en de omstandigheden zijn slecht. „De gangen storten nog weleens in en het loon is heel laag”, vertelt Huidekoper. Het illegaal gewonnen goud wordt via allerlei wegen witgewassen. Maar voor de mensen die in deze mijnen werken is het dit of niets.
Duurzame oplossingen
Ontwikkelingssteun is belangrijk, zo zag hij met eigen ogen. Niet zomaar extra geld – dat verdwijnt in alledaagse kosten - maar investeren in duurzame oplossingen, zoals onderwijs en werk. „Het moet toekomstgericht zijn, zodat de effecten veel verder doorwerken. Dan werkt het als een vliegwiel.”
Wat gebeurt er als de hulp die er nu nog is volledig wordt wegbezuinigd? Huidekoper denkt aan de zorginstelling die hij bezocht. Daar zag hij uitgeputte moeders met gehandicapte kinderen in een omgeving waar niets te krijgen is. Hun toekomst is uitzichtloos.
Eens per week komt een fysiotherapeut langs. „Je ziet dat het die kinderen goed deed dat ze aangeraakt werden, ze ontspanden. Maar dat gebeurt maar een keer per week. Meer geld is er niet.”
Menselijkheid
Op een van de foto’s die hij bij een gezin thuis maakte, ligt een verlamde en blinde man op de grond. Nu krijgt het gezin nog een beetje hulp. Een plasje urine ligt naast hem, vliegen zwermen rond zijn hoofd. Links en rechts van de man zitten zijn gehandicapte zoons. Het beeld is hartverscheurend. „Maar zie je die hand? Een van die zoons hield voortdurend de hand van zijn vader vast, dat maakt deze foto zo teder en menselijk.”
Oase
Maar tussen alle armoede vond Huidekoper ook iets dat hem hoop gaf: een biologische tuinbouwbedrijf vlakbij Mankarga. „Te midden van het droge, dorre landschap is het net een oase.” Water wordt opgepompt uit het nabijgelegen meer en compost van mest en oogstresten wordt gebruikt om de bodem op te bouwen. Uien, boontjes, tomaten, aardappelen en pompoenen groeien er allemaal. „En als je goed luistert, hoor je de vogels zingen.”
„Als wij roepen dat Nederland de wereld helpt door voedsel te exporteren, is dat dan werkelijk effectieve hulp?, vraagt Huidekoper zich af. „Of is het voor de bühne?”
Dit soort initiatieven zouden we moeten ondersteunen, vindt Huidekoper. Dat doet ook de stichting Toetoheart, waar hij zelf bestuurder van is. „Lokale initiatieven die ervoor zorgen dat mensen daar aan een toekomst kunnen bouwen.” Dan is er ook minder reden om te vluchten.
Kijk eens rond
„Kijk zelf eens rond”, is zijn advies aan beleidsmakers. Zelf hield hij zich ook nooit zo met Afrika bezig, vertelt hij. „Maar doordat ik het daar met eigen ogen heb gezien, kan ik me veel beter voorstellen dat een uitzichtloze situatie ervoor zorgt dat je het elders zoekt.”
Hij heeft daar nu veel meer begrip voor. „Iedereen heeft de drijfveer om te overleven. Jij. Ik. Wij allemaal.”